Graafdiepte

Gemeenten mogen zelf de graafdiepte bepalen voor kabels van telecommunicatie. Er bestaat geen wettelijk verplichte aanlegdiepte.

Het is aan de gemeente om een afweging te maken tussen:

  • een minder diepe ligging
  • een diepere ligging

Een minder diepe ligging is in het belang van een goedkopere en daardoor vaak snellere uitrol van data-infrastructuur.

Een diepere ligging voorkomt mogelijk hinder bij de eigenaar en beheerder van de gronden en de overige netbeheerders.

De afruil tussen minder diepe ligging en diepere ligging is anders bij verschillende grondsoorten en ander bodemgebruik.

Schade aan kabels

Zonder nadere afspraken is de schade aan kabels voor rekening van diegene die de kabels stukmaakt. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens gemeentelijk bermonderhoud en/of door werkzaamheden van andere grondroerders.

Glasvezelkabels zijn amper gevoelig voor een temperatuurverandering en kunnen daarom op elke gewenste diepte liggen. De performance blijft hetzelfde. Koperen kabels zijn wel gevoelig voor wisselingen in temperatuur en liggen daarom dieper.

NEN-norm 7171-1 hanteert een graafdiepte van 60 cm. Deze norm is nog gebaseerd op het gebruik van koperen kabels.

Variatiemogelijkheden

De gemeente kan onderscheid maken tussen graafdiepte in verschillende gebieden. Daarbij kan de gemeente op verzoek afwijken van de standaarddiepte. Bijvoorbeeld bij:

  • grootschalige aanleg
  • aanleg van netwerken in het buitengebied