Algemeen
In Nederland hebben drie mobiele netwerkoperators een landelijk dekkend mobiel netwerk: KPN, Odido en VodafoneZiggo. De dekkings- en snelheidsverplichting (DSV) is opgenomen in de 700 MHz-vergunningen en vereist dat de mobiele operators in elke gemeente minimaal 98% van het grondgebied voorzien van mobiele dekking. Het mobiele netwerk moet daarbij een minimale downloadsnelheid van 8 megabit per seconde (Mbps) bieden. Deze snelheid wordt op 28 juli 2026 verhoogd naar 10 Mbps. De DSV geldt alleen buitenshuis. Er zijn ook enkele gebieden uitgezonderd van de eis: buitenwateren, Natura 2000-gebieden en het gebied rondom de radioastronomielocatie Westerbork. De DSV loopt tot begin 2030.
De eis is frequentieneutraal ingericht. Dit betekent dat de mobiele operator ook de andere frequentiebanden die hij tot zijn beschikking heeft mag gebruiken om te voldoen aan de eis.
Het Nederlandse mobiele netwerk hoort tot de beste van de wereld, maar op sommige plekken in Nederland is het niet kostenefficiënt om dekking met aanzienlijke snelheid te realiseren. Gezien het belang van connectiviteit, ook voor deze plekken, is er besloten een minimale dekkings- en snelheidsverplichting voor mobiele operators op te leggen.
De eis geldt alleen voor partijen die twee 700 MHz-vergunningen bezitten én in het bezit zijn van 800 of 900 MHz-vergunningen. Dit zijn de drie mobiele operators KPN, Odido en VodafoneZiggo.
Het toezichtkader mobiele communicatie op de website van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) beschrijft hoe de RDI op grond van de Telecommunicatiewet invulling geeft aan het toezicht op onder andere de DSV. Daarin staat hoe zij informatie verzamelt, een oordeel vormt en welke interventies mogelijk zijn.
Op dezelfde webpagina zijn meetprotocollen te downloaden waarin gedetailleerd staat beschreven op welke wijze de RDI meet en de DSV toetst. Volgens dit protocol controleert de RDI met een rijdende meting of mobiele operators in de geselecteerde gemeente aan de DSV voldoet. De RDI selecteert de gemeenten waar ze controleert onder andere op basis van informatiegestuurde en risicogerichte keuzes.
De Nederlandse overheid wil dat iedereen deel kan nemen aan de digitale samenleving. De DSV is er om de dekking en de dienstverlening in elke gemeente van Nederland naar eenzelfde minimumniveau te brengen. Overigens is voor de beschikbaarheid van 112 niet de snelheid nodig zoals die is vastgelegd in de DSV (8 Mbps).
Om 112 te kunnen bereiken is enkel een dekking met minimale capaciteit nodig, omdat 112-verkeer altijd voorrang krijgt boven al het andere mobiele verkeer. De afhandeling van het 112 telefoongesprek kan bovendien plaatsvinden via elk mobiel netwerk dat actief is op de locatie waar de 112 oproep plaatsvindt. Dit betekent dat er een telefoongesprek kan plaatsvinden via een netwerk van een andere mobiele operator dan waarbij de beller een abonnement heeft.
Ook in gemeenten waar een mobiele operator dus niet voldoet aan de DSV is 112 bereikbaar. Om die bereikbaarheid binnenshuis nog verder te verhogen zijn er ook andere maatregelen getroffen. Zoals de verplichting om het bellen van 112 ook beschikbaar te maken via wifi-netwerken.
Rol Rijksinspectie Digitale Infrastructuur
Het uitgangspunt is dat de mobiele operators moeten voldoen aan de verplichting van de vergunningen die gaat over dekking en capaciteit. Het kan voorkomen dat een mobiele operator door overmacht niet in staat is aan de DSV te voldoen.
Bijvoorbeeld als het gemeentebestuur op bepaalde locaties geen omgevingsvergunning voor een antenne-opstelpunt kan of wil verlenen. In zo’n specifieke situatie kan de mobiele operator een tijdelijke wijziging (een ontheffing) van zijn vergunning aanvragen.
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur beoordeelt of er sprake is van een overmachtssituatie en er voldoende inspanningen zijn gedaan om de DSV alsnog te realiseren, zodat deze aanvragen toegewezen kunnen worden.
De mobiele operator dient op 98% van de oppervlakte van iedere gemeente in Nederland aan iedere gebruiker buitenshuis een dienst aan te bieden. Hij moet sinds 2022 een minimale snelheid halen van 8 Mbps en vanaf 28 juli 2026 van 10 Mbps met 90% waarschijnlijkheid.
De RDI toetst de verplichting door het uitvoeren van een rijdende controlemeting over een traject dat is samengesteld op basis van at random gegenereerde routepunten. Tijdens de controlemeting voert de RDI minimaal 330 downloads uit. De gemiddelde snelheid van de individuele downloads moet in beginsel in 88,2% van de gevallen (98% oppervlakte x 90% waarschijnlijkheid) voldoen aan de vereiste minimumsnelheid. De RDI houdt dus rekening met een statistische onzekerheid.
De mobiele operator dient op 98% van de oppervlakte van iedere gemeente in Nederland aan iedere gebruiker buitenshuis een dienst aan te bieden. Hij moet vanaf juli 2022 een minimale snelheid halen van 8 Mbps en vanaf juli 2026 van 10 Mbps met 90% waarschijnlijkheid.
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur toetst de verplichting door het uitvoeren van een rijdende controlemeting over een traject dat is samengesteld op basis van at random gegenereerde routepunten. Tijdens de controlemeting voert de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur minimaal 330 downloads uit. De gemiddelde snelheid van de individuele downloads moet in beginsel in 88,2% van de gevallen (98% oppervlakte x 90% waarschijnlijkheid) voldoen aan de vereiste minimumsnelheid als hiervoor genoemd. De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur houdt daarbij echter ook rekening met een statistische onzekerheid. Om te voldoen aan de DSV, moeten tenminste 275 downloads (=83,3%) voldoen aan de minimumsnelheid.
Uit diverse (internationale) onderzoeken blijkt dat de Nederlandse mobiele netwerken tot de beste en snelste ter wereld behoren. Dit is het resultaat van gericht beleid en vergunningsvoorschriften, zoals de DSV. Het is de verantwoordelijkheid van de operator om te handelen naar het ingezette beleid en vergunningsvoorschriften zoals de naleving van de DSV.
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) is verantwoordelijk voor het toezicht op de DSV. Pas nadat de RDI een controlemeting heeft uitgevoerd in een gemeente is het duidelijk of de verschillende mobiele operators (op dat moment) in deze gemeente in de praktijk aan de DSV voldoen. De meetresultaten zijn openbaar en te vinden op deze pagina van de RDI.
De controlemeting is echter een momentopname. De ervaring van burgers en bedrijven in een gemeente kunnen hiervan afwijken. Ervaringen betreffen ook indoor mobiel bereik. Een mobiele dekking van 100% kan niet gegarandeerd worden en is mede afhankelijk van invloeden zoals het weer, de seizoenen, het toestel, de omgeving, de manier waarop het toestel wordt gedragen. en het andere verkeer op het netwerk. Deze invloeden maken dat de ervaring op zowel plaats als tijd kunnen verschillen.
Daarnaast geldt dat de mobiele operator niet in de hele gemeente dekking en capaciteit hoeft aan te bieden. De verplichting geldt immers voor 98% van het grondgebied van de gemeente. Ook zijn onder andere Natura 2000-gebieden en buitenwateren uitgesloten van de DSV.
De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) maakt keuzes op basis van maatschappelijke zorgen en risico’s en op basis van eigen analyses. Daarbij zal uiteraard sprake zijn van een zekere onvoorspelbaarheid ten aanzien van de gemeenten waar de RDI controlemetingen uitvoert. Op deze webpagina van de RDI leest u meer over deze steekproefmetingen en de resultaten.
De RDI maakt als onafhankelijk toezichthouder eigenstandige keuzes voor de programmering en prioritering van het toezicht. Het is echter voorstelbaar dat gemeenten melding doen van ervaringen van verminderde dekking en snelheid in hun gemeente. De RDI zal deze meldingen beoordelen, maar niet elke melding leidt tot controlemetingen.
Meer informatie over het indienen van een melding leest u op deze webpagina van de RDI.
De ervaring is dat veel meldingen betrekking hebben op mobiel bereik binnenshuis, terwijl de DSV-verplichting buitenshuis geldt. Daarnaast geldt de DSV niet voor de gehele oppervlakte van de gemeente (98% dekking) en zijn onder andere Natura 2000-gebieden van de DSV uitgesloten.
De RDI zal bij de gemeente navraag doen of zij de melding al heeft doorgegeven aan de mobiele operators. Want daar ligt de primaire verantwoordelijkheid voor de dekking en snelheid.
Ook kijkt de RDI naar de eigen rol van de gemeente als het gaat om antenneplaatsing en voorlichting aan burgers over mobiele bereikbaarheid. Het kan zijn dat er op een bepaalde plek geen of verminderde dekking is van een mobiele operator doordat er nog geen mast in de nabijheid aanwezig is en er een tijdelijke ontheffing van de DSV geldt.
Als de RDI besluit een gemeente te controleren die hierom verzocht heeft, dan controleert zij de gemeente in zijn geheel en dus niet specifiek een gebied met minder mobiele dekking.
Ja, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur publiceert de meetresultaten van de controlemetingen op de website. De resultaten zijn te vinden op deze webpagina onder ‘overzicht meetresultaten’.
Rol gemeente
De gemeente heeft geen formele rol rond de DSV. De DSV geldt voor de mobiele operator. Gemeenten werken conform de algemeen geldende regelgeving en de afspraken in het Antenneconvenant mee aan verzoeken voor plaatsing van antennes en zendmasten. Zij worden jaarlijks door de mobiele operators uitgenodigd om hierover in gesprek te gaan tijdens een plaatsingsplangesprek.
Het plaatsingsplan bevat een overzicht van zowel de vergunningvrij als de vergunningplichtig geplaatste antennes. Voor het plaatsen van antennes is in veel gevallen geen vergunning nodig voor de activiteit bouwen. In de Omgevingswet staan de voorwaarden voor vergunningvrije plaatsing beschreven. Ook voor het afwijken van de regels van het bestemmingsplan is geen vergunning nodig als sprake is van de in de Omgevingswet vermelde uitzonderingen.
Wel is het zo dat de mobiele operators mede afhankelijk zijn van gemeenten voor het verkrijgen van een vergunning voor het plaatsen van vergunningplichtige antennes. De gemeenten kunnen de mobiele operators ondersteunen door bijvoorbeeld mee te denken over de locatie van opstelpunten of het soepel laten verlopen van het vergunningsproces en de bouw.
De mobiele operator is verplicht te voldoen aan de DSV. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een nieuw opstelpunt, weegt de gemeente de belangen van mobiele connectiviteit af tegen die van een goede ruimtelijke ordening.
De gemeente speelt wel een belangrijke rol bij de tijdige realisatie van een nieuw opstelpunt, vanwege haar invloed in het vergunningsproces.
Inwoners en bedrijven die zich zorgen maken over goede connectiviteit weten niet altijd dat het van belang is dat een mobiele operator de mogelijkheid krijgt voldoende opstelpunten te realiseren in de omgeving.
De manier waarop de DSV is vormgegeven betekent dat de dekking en capaciteit van de mobiele netwerken in alle gemeenten naar een vergelijkbaar minimumniveau zal worden getrokken.
Dit geldt ook voor de langere termijn wanneer de hoeveelheid data op het netwerk groeit: de DSV waarborgt dat er extra opstelpunten bij moeten komen wanneer het netwerk van de aanbieder “vol” dreigt te raken en de norm mogelijk niet meer gehaald wordt. Hierdoor zal de dekking en capaciteit ook op termijn goed blijven.
Er zijn verschillende redenen waardoor een mobiele operator onvoldoende opstelpunten heeft kunnen realiseren in een bepaald gebied, waardoor de dekking en capaciteit van het netwerk daar nog onvoldoende is. Denk aan:
- het niet tijdig verkrijgen van een vergunning voor een opstelpunt of, na het verkrijgen van de vergunning voor het opstelpunt, het niet tijdig verkrijgen van de benodigde vergunningen voor de bouw van het opstelpunt;
- vertraging door procedures die zijn gestart tegen de verleende vergunningen;
- onverwachte opzeggingen door gebouw- en/of landeigenaren van het contract voor een opstelpunt;
- het niet beschikbaar zijn van een locatie voor een opstelpunt, bijvoorbeeld in een natuurgebied anders dan Natura 2000-gebied of op een privé-landgoed.
Ja, een gemeente kan zeker een bijdrage leveren aan de eigen mobiele connectiviteit. Conform het Antenneconvenant kunnen gemeenten ieder jaar met de mobiele operators in gesprek tijdens het zogenaamde plaatsingsplangesprek. Een uitnodiging hiervoor wordt verstuurd vanuit Monet.
De gemeente kan zelf ook initiatief ondernemen om een dergelijk gesprek te plannen. Dit gesprek is een goed moment om vroegtijdig mogelijke problemen met dekking en/of capaciteit te signaleren en samen te werken aan oplossingen, zodat bewoners en bedrijven niet worden geconfronteerd met beperkte mobiele connectiviteit.
Nee, er verandert in dit opzicht niets aan de inhoudelijke afweging, hoor en wederhoor of bezwaar en beroep. Zorgvuldige afweging blijft de norm.
Een goede dekking en capaciteit van mobiele netwerken is voor veel gemeenten wel bestuurlijke prioriteit vanwege de digitale ambities van de gemeente, de leefbaarheid en de bereikbaarheid van 112.
Een gemeente kan hier zelf ook invloed op uitoefenen door te zorgen dat het onderwerp antenneplaatsing een plaats heeft in de eigen organisatie, hierover kennis op te bouwen en dit dossier de nodige aandacht te geven.
Nee, de verantwoordelijkheid om te voldoen aan de DSV ligt primair bij de mobiele operator. Niet bij de gemeente.