Vanuit de GIA volgen regels over vergunningverlening en -procedures. Het uitgangspunt is dat bevoegde autoriteiten de uitrol van VHC-netwerken niet onnodig mogen beperken of belemmeren. Hieronder volgen de belangrijkste aandachtspunten voor gemeenten.
- Alle informatie over de verlening van vergunningen moet centraal vindbaar zijn via centrale informatiepunten. Aanvragen voor vergunningen moeten elektronisch kunnen worden ingediend en de status hiervan moet online inzichtelijk zijn. Het centraal nationaal digitaal toegangspunt moet toegang bieden tot het Omgevingsloket en de gemeentelijke systemen. Het Omgevingsloket is al centraal beschikbaar voor informatie over vergunningen die benodigd zijn voor de uitrol van VHC-netwerken. Informatie over instemmingsbesluiten is beschikbaar in de eigen systemen van gemeenten of kunnen in veel gevallen ook centraal opgevraagd worden via het Ondernemersplein.
- Voor gemeenten gelden strikte beslistermijnen bij het verlenen van vergunningen. Binnen 20 werkdagen na ontvangst van een aanvraag moet de gemeente bepalen of deze volledig is. Eventuele aanvullingen moeten binnen dezelfde termijn worden opgevraagd. Zodra een aanvraag volledig is, geldt een maximale beslistermijn van vier maanden. Deze termijn van vier maanden is leidend, ook in het geval de reguliere beslistermijn in andere wetgeving normaal gesproken langer zou zijn. De aanvrager behoudt het recht om schadevergoeding te eisen bij overschrijding van de termijn. Bij overschrijding van de termijn is de gemeente verplicht de exploitant uit te nodigen voor een overleg, om alsnog tot een besluit te komen. Vergunningen kunnen worden verlengd als de aanleg om objectief gerechtvaardigde redenen niet tijdig kon starten of worden voltooid.
- Bepaalde kleine civiele werken worden vrijgesteld van de vergunningseis. Bijvoorbeeld in het geval van beperkte reparatie- en onderhoudswerkzaamheden of beperkte technische verbeteringen van bestaande werken. Gemeenten mogen van deze vrijstelling afwijken bij specifieke belangen, zoals de bescherming van architecturale, historische of religieuze waarden, openbare veiligheid of milieu. In deze gevallen kan een kennisgevingsplicht worden ingesteld.