Het doel van de GIA is om de uitrol van zeer hoge capaciteitsnetwerken te versnellen, te vergemakkelijken en goedkoper te maken. De verordening regelt daartoe de toegang tot fysieke infrastructuur, de coördinatie van civiele werken, het stroomlijnen van vergunningsverleningsprocedures en stelt regels vast om ervoor te zorgen dat gebouwen geschikt zijn voor de aanleg van glasvezelnetwerken.
De GIA brengt nieuwe verplichtingen en regels mee rond toegang, informatie-uitwisseling en coördinatie van werkzaamheden. Voor gemeenten betekent dit het toetsen van toegangs- en coördinatieverzoeken, het beschikbaar stellen van informatie over eigen geplande werken en (praktische) aanpassingen in vergunningverleningsprocessen.
- De verruimde toegangsmogelijkheid betekent dat naast netbeheerders, voortaan ook overheden (zoals gemeenten) verzoeken om toegang tot hun fysieke infrastructuur (zoals gebouwen en straatmeubilair) moeten behandelen. Reactie op verzoeken moet binnen 1 maand plaatsvinden, waarbij als uitgangspunt geldt dat er in beginsel op niet-discriminerende wijze toegang moet worden verleend (bij redelijke verzoeken). Wel bestaan er mogelijkheden tot weigering, als bijvoorbeeld de infrastructuur technisch ongeschikt is voor het medegebruik. Ook bestaat er de mogelijkheid om via lagere regelgeving bepaalde overheidsinfrastructuur uit te zonderen van de toegangsverplichting, bijvoorbeeld vanwege veiligheidsredenen. Denk hierbij aan civiele werken met beperkte omvang of civiele werken gerelateerd aan nationale kritieke infrastructuur. Deze uitzonderingen worden vastgelegd in het uitvoeringsbesluit, dat momenteel wordt geconsulteerd.
- De verbrede coördinatiemogelijkheid uit de verordening betekent dat overheidsinstanties voortaan ook moeten meewerken aan redelijke verzoeken van telecompartijen wanneer zij de mogelijkheid zien om de aanleg van hun hoge capaciteitsnetwerken te coördineren met geplande civiele werken van overheden. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn bij de aanleg van riolering, waarbij een telecomexploitant een mogelijkheid ziet ook VCH-netwerkkabels te leggen. Ook hier bestaat er de mogelijkheid tot weigering (bijvoorbeeld als er sprake is van onverhaalbare extra kosten) en het uitzonderen van bepaalde civiele werken (bijvoorbeeld als deze verband houden met nationale kritieke infrastructuur).
- Voor het verlenen van vergunningen voor zeer hoge capaciteitsnetwerken geldt voortaan dat deze in elektronische vorm ingediend moeten kunnen worden. Dat betekent dat gemeenten voor de verwerking van instemmingsbesluiten hiervoor een passend systeem moeten hebben. Verder geldt dat als overheden niet voldoen aan de maximale beslistermijn van de vergunning, zij in overleg moeten treden met de telecomexploitant over het alsnog komen tot een besluit. Daarnaast moet in lagere regelgeving worden uitgewerkt welke kleine civiele werken zijn uitgezonderd van de vergunningsplicht, maar wel onderworpen kunnen zijn aan een meldingsplicht.
- Via één of meerdere centrale informatiepunten moet minimuminformatie over bestaande en geplande fysieke infrastructuur, informatie over voorwaarden en procedures voor vergunningverlening en informatie over uitzonderingen uit de verordening beschikbaar komen. Veel van deze informatie is al beschikbaar via diverse kanalen. Bijvoorbeeld over de fysieke bovengrondse infrastructuur (BGT en Antenneregister), fysieke ondergrondse infrastructuur (KLIC) en over vergunningen (Omgevingsloket en Ondernemersplein). Voor het beschikbaar stellen van informatie over geplande (civiele werken van) fysieke infrastructuur wordt een nieuw systeem ontwikkeld door het Kadaster. Gemeenten moeten informatie over hun geplande (en onder de verordening benodigde) civiele werken beschikbaar maken in het nieuwe informatiesysteem. Om te voldoen aan de verplichting moeten gemeenten verder zorgen dat de informatie over de voorwaarden en procedure voor het aanvragen van instemmingsbesluiten beschikbaar is op hun gemeentelijke websites. Deze informatie kan daarnaast ontsloten worden via het Ondernemersplein. Verder zal het Ondernemersplein het toegangspunt zijn tot de centrale informatiepunten.
- Nieuwe gebouwen moeten standaard glasvezelklaar zijn, wat inhoudt dat er fysieke binnenhuisinfrastructuur voor de aanleg van glasvezel (zoals loze leidingen en kabelgoten) aanwezig moet zijn. Specifiek voor woongebouwen geldt dat ook de (inpandige) glasvezelbekabeling naar de individuele appartementen aanwezig moet zijn. Deze nieuwe regels zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en nader uitgewerkt in de Omgevingsregeling (Or). Toezicht en handhaving op deze regels liggen bij de gemeente, net zoals op de andere regels uit het Bbl.